De wijze van het orchideeënpaviljoen

Orchid Pavilion


Een Tang dynastie kopie van het 'Voorwoord van de gedichten opgetekend in het orchideeënpaviljoen', geschreven door de “Kalligrafie wijze” Wang Xizhi in de vierde eeuw.

Van alle mensen die hun stempel proberen na te laten in de geschiedenis zijn schrijvers misschien wel onze duidelijkste boodschappers. Hun gedachten en dromen worden onuitwisbaar voor eeuwen lang vastgelegd in inkt op papier. Uit één dichtregel kunnen we het verleden opmaken van de gedachten van een dichter die tot ons spreekt in zijn eigen bewoordingen.

En dit geldt des te meer in het oude China, waar het opschrijven van een woord zelf een kunstvorm was. Iedereen – van de meest nederige student tot de meest machtige keizer – kon in vervoering raken van kalligrafie; de rangschikking van karakters.

China's eigen “Kalligrafie wijze' heeft ironisch genoeg weinig van zijn eigen oorspronkelijke werk op eigen naam staan. Wang Xizhi (301-361) leefde ten tijde van de Jin dynastie. In een samenleving waarin imitatie werkelijk de hoogste vorm van vleierij was, werden zijn stukken alom geloofd en gekopieerd. Tegenwoordig zijn er bijna alleen nog maar reproducties van zijn werk die dienen als een aanlokkelijke glimp van het handschrift van een man die een hele natie boeide.

Zijn meest bekende werk was het 'Voorwoord van de gedichten opgetekend in het orchideeënpaviljoen', een meesterwerk van 324 woorden geschreven als een ode aan een idyllische namiddag.

Als we even het achtergrondverhaal vergeten, dan merk je dat de woorden van 'Het voorwoord' al een beeld schetsen: “zo luchtig als een wolk, maar met een kracht die draken doet opschrikken,” “opvliegen tot voorbij de hemelpoorten,” als “tijgers die op de loer liggen” en als “wachters voor een fenikspaviljoen.”

Dit zeventienhonderd jaar oude voorwoord en kalligrafie meesterwerk vormt de inspiratie voor een dans in 2016 van het Shen Yun gezelschap, getiteld “Dichters van het orchideeënpaviljoen.”

De dichter

Wang stamde af van een familie van beroemde schrijvers en begon zijn handschrift te oefenen toen hij zeven jaar oud was. Zijn lerares was een kalligrafiste genaamd Wei Shuo. Vijf jaar later wist zijn lerares zeker dat Wang zijn talent al snel de hare zou overtreffen. Wang leerde graag en vergat vaak te eten zodat hij kon schrijven. Hij bezat veel penselen, inktstenen, papier en inktstokjes, die her en der in zijn werkkamer, binnenhof en door het hele huis heen lagen zodat hij makkelijker kon oefenen. Er is een verhaal over hoe Wang zijn penselen buiten in een vijvertje uitwaste en wel zo vaak dat hij daardoor het water in inkt veranderde.

Wang stond bekend om zijn openhartigheid en hij gaf niks om roem, maar toch werd hij al snel bekend. Op een dag zag Wang bijvoorbeeld een taoïst een troep ganzen hoeden. Wang wilde ze kopen en vroeg wat de prijs was. De taoïst antwoordde dat ze niet te koop waren, maar dat hij ze graag wilde ruilen voor een handgeschreven kopie van de heilige Dao De Jing. De kalligraaf gebruikte zijn handschrift als ruilmiddel en ging tien ganzen rijker naar huis.

Het unieke aan Wang was dat hij verschillende kalligrafiestijlen beheerste. Het standaard en uniforme gewone schrift, het losse vloeiende semi-cursieve schrift en het wazige en gestileerde cursieve schrift. De meeste mensen hadden jaren nodig om een van die stijlen te perfectioneren, maar hij kon er makkelijk drie aan, en leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe kalligrafiestijlen.

De vijf zonen van Wang zetten zijn werk voort in de structuur, kracht en vorm van hun handschrift, en werden allemaal bekende kalligrafen. Van al zijn kinderen oogstte de jongste, Wang Xianzhi, nog de meeste lof. Tijdens zijn leven overschaduwde de bekendheid van deze zoon zelfs de roem van zijn vader – maar latere geleerden gaven de titel van “grootste” weer terug aan Wang senior.

Het gedicht

Op de derde dag van de derde maanmaand in 353 nodigde Wang Xizhi een groep familie en vrienden uit in zijn orchideeënpaviljoen voor het Lentezuiveringsfestival. Men dacht dat water en orchideeën de kwaadaardige winternevelen weerden op deze dag en in plaats daarvan geluk brachten. Het paviljoen was aan alle kanten omringt door frisse bamboe en hoge bergen, en keek uit op een kronkelend beekje. De dag was zonnig maar koel en er stond een verfrissend briesje. Veel van de gasten zochten een plekje aan de oevers van het water.

Bedienden lieten wijnglazen stroomafwaarts op het beekje drijven en waar de glazen stopten, moest de gast die er het dichtste bij zat, ter plekke een gedicht componeren – of voor straf drie glazen drinken. Van de 41 gasten componeerden 26 in totaal 37 gedichten en dit vormde de inspiratie voor Wang zijn beroemde Voorwoord. Volgens de historieken gebruikte Wang een wezel-snorharen penseel op coconpapier.

Ditzelfde werk werd generatie na generatie in de Wang familie doorgegeven totdat de laatste erfgenaam - een monnik genaamd Zhiyong - het aan de zorg van zijn discipel Biancai toevertrouwde. Tegen die tijd waren er bijna driehonderd jaar verstreken en begon net in China de heerschappij van de Tang dynastie (618-907). Uiteindelijk vond het zijn weg naar de handen van keizer Tang Taizhong, die daarvoor slechts kopieën van het origineel had gezien.

Er werden meer kopieën van het Voorwoord opgespeurd, geschreven en zelfs in steen gebeiteld, alhoewel de keizer volgens een legende het origineel het graf in heeft genomen.

Het Voorwoord is qua onderwerp een eenvoudige beschrijving van de mijmeringen van de dichter – maar het is zo elegant geschreven, zo meesterlijk, dat het een diepe indruk maakt op de lezer. Veel woorden komen er meerdere keren in voor: het karakter 之 (spreek uit: zhī, wat betekent “van” en ook deel uitmaakt van zijn naam Wang Xizhi) komt er alleen al twintig keer in voor. Maar het is steeds anders geschreven, met unieke stilistische toonaarden.

In zijn werk wordt ook gelonkt naar de huidige tijd – en de toekomst. Een geschreven voorspelling van de dichter stelt dat toekomstige generaties “Naar ons zullen kijken zoals wij naar het verleden keken.” De vreugde en teleurstellingen van het leven, de dierbare momenten van geluk, zijn maar een oogwenk in de ogen van de geschiedenis. Maar hoe de tijd ook verandert, menselijk sentiment zal dat niet doen. Het is constant in haar wisselvalligheid, vol van ritme en cadens die in de handgeschreven karakters van het Voorwoord naklinken.

Wang Xizhi schrijft, maar niet voor de geschiedenis, en niet volledig voor zichzelf. Hij observeert het leven en deelt het met ons, zijn toekomstige lezers, ons uitnodigend te leven zoals hij dat vroeger deed. De “oorzaken van gevoelens en stemmingen blijven hetzelfde,” zegt hij, “waarmee hij ons metaforisch de hand reikt.

Hij mag dan wel een kalligrafie wijze zijn, uiteindelijk is hij ook een meesterlijke openhartige dichter.

“Lees me en zie voor jezelf,” lokt de dichter ons mee. “We zijn niet zo anders, jij en ik.

De dichter Li Bai
Hoe de Keizer naar de maan reisde